1. Diergeneeskundig voorschrift
2. Toedienings- en verschaffingsdocument
3. Register van de verantwoordelijke van voedselproducerende dieren
4. Wettelijke bepalingen
Naar aanleiding van de inwerkingtreding van de Europese Verordening betreffende diergeneesmiddelen (Verordening 2019/6) op 28 januari 2022, werden het model van diergeneeskundig voorschrift, het model van toedienings- en verschaffingsdocument (TVD) en het register van de verantwoordelijke van voedselproducerende dieren aangepast.
1. Diergeneeskundig voorschrift
Sinds 14 september 2025 is alleen het model van diergeneeskundig voorschrift uit bijlage 2 van het ministerieel besluit van 27 augustus 2024 tot vastlegging van het model van toedienings- en verschaffingsdocument en het model van diergeneeskundig voorschrift geldig.
Er was een overgangsperiode voorzien van één jaar vanaf de inwerkingtreding van het ministerieel besluit van 27 augustus 2024. Tijdens deze periode konden de oude modellen van diergeneeskundige voorschriften nog worden gebruikt, op voorwaarde dat ze alle wettelijk vereiste elementen bevatten.
Deze overgangsperiode liep af op 13 september 2025.
Deze overgangsperiode, die dus begon op 13 september 2024 en eindigde op 13 september 2025, wordt beschreven in de specifieke communicatie van het FAGG, waarin ze wordt gedefinieerd als fase 2.
Tijdens deze fase 2 bestonden er drie modellen naast elkaar:
• het nieuwe Belgische model;
• het oude Belgische model met twee luiken ingevuld zoals gevraagd in fase 1;
• het oude Belgische model met drie luiken ingevuld zoals gevraagd in fase 1.
Fase 3 is begonnen op 14 september 2025, aan het einde van de overgangsperiode. Sindsdien is alleen het nieuwe voorschriftmodel geldig.
Om de continuïteit van de diergeneeskundige zorg te garanderen en in afwachting van een ministerieel besluit tot verlenging van de overgangsperiode van zes maanden voor de oude modellen van diergeneeskundige voorschriften, had het FAGG een omzendbrief naar zijn inspectiediensten gepubliceerd, waarin zij worden verzocht om geen prioriteit te maken van de controle op de conformiteit van de modellen van diergeneeskundige voorschriften. De gevolgen van deze omzendbrief eindigden op 6 maart 2026, na de bekendmaking van het ministerieel besluit van 22 december 2025 tot wijziging van het ministerieel besluit van 27 augustus 2024 tot vastlegging van het model van toedienings- en verschaffingsdocument en het model van diergeneeskundig voorschrift.
Dierenartsen moeten hun voorschriften aanschaffen bij de erkende verenigingen voor de bestrijding van dierziekten (ARSIA en DGZ).
Een diergeneeskundig voorschrift bevat ten minste de volgende elementen:
1. de identificatie van het te behandelen dier of de te behandelen groepen dieren;
2. de volledige naam en contactgegevens van de houder of de eigenaar van het dier;
3. de datum van afgifte;
4. de volledige naam en de contactgegevens van de dierenarts, voor zover beschikbaar inclusief het beroepsnummer;
5. de handtekening van de dierenarts;
6. de benaming van het voorgeschreven geneesmiddel, inclusief de werkzame stoffen ervan;
7. de farmaceutische vorm en sterkte;
8. de voorgeschreven hoeveelheid, of het aantal verpakkingen, inclusief de grootte van de verpakking;
9. het doseringsschema;
10. voor voedselproducerende diersoorten, de wachttijd, zelfs als die nul is;
11. de waarschuwingen die nodig zijn om een juist gebruik en, wanneer van toepassing, een verstandig gebruik van antimicrobiële stoffen te waarborgen;
12. als een geneesmiddel wordt voorgeschreven volgens de ‘cascade’, een verklaring daarover;
13. als een antimicrobieel geneesmiddel wordt voorgeschreven voor metafylaxe of profylaxe, een verklaring daarover.
2. Toedienings- en verschaffingsdocument
Op 3 september 2024 werd het ministerieel besluit van 27 augustus 2024 tot vastlegging van het model van toedienings- en verschaffingsdocument en het model van diergeneeskundig voorschrift bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Dat TVD-model is alleen verplicht voor handgeschreven TVD's. Het model is niet verplicht voor TVD's die elektronisch worden opgesteld.
Handgeschreven TVD's (papieren versie) kunnen door de dierenarts worden afgedrukt door gebruik te maken van het model in het ministerieel besluit, of in de vorm van voorgedrukte boekjes worden aangekocht bij de erkende verenigingen voor de bestrijding van dierziekten (ARSIA en DGZ). In alle gevallen wordt er een kopie naar de verantwoordelijke voor de dieren gestuurd en een andere naar de dierenarts.
Een TVD bevat ten minste de volgende elementen:
1. de naam, de voornaam van de dierenarts die het geneesmiddel heeft verschaft of toegediend en het inschrijvingsnummer bij de Orde der Dierenartsen;
2. de datum van toediening of verschaffing;
3. de exacte benaming van het geneesmiddel;
4. de toegediende of verschafte hoeveelheid;
5. de naam en de voornaam van de titularis van het depot van waaruit het geneesmiddel afkomstig is, en het identificatienummer en het adres van de administratieve zetel van het depot;
6. de identificatie van het te behandelen dier of de te behandelen groep dieren;
7. de categorie van de te behandelen dieren;
8. de aanwijzingen voor het gebruik van het verschafte geneesmiddel met vermelding van de posologie en van de duur van de behandeling. Als het dier waarvoor het geneesmiddel werd verschaft, opgenomen is in de doelsoorten van de bijsluiter en als de aanwijzingen overeenkomen met de aanwijzingen in de bijsluiter van het geneesmiddel, kunnen de aanwijzingen vervangen worden door de vermelding ‘zie bijsluiter’;
9. de wachttijd die moet worden gerespecteerd wanneer deze verschilt van deze in de bijsluiter;
10. de te behandelen aandoening wanneer de verschaffing van geneesmiddelen gebeurt in toepassing van een overeenkomst van diergeneeskundige bedrijfsbegeleiding;
11. het lotnummer;
12. het nummer van de vergunning voor het in de handel brengen;
13. de naam en het adres van de verantwoordelijke en, wanneer van toepassing, het adres van het beslag waar de behandelde dieren worden gehouden.
Elk TVD moet voorzien zijn van een unieke nummering.
Het model van het papieren TVD kan, wanneer van toepassing, worden gebruikt als uitgaand register van het geneesmiddelendepot van de dierenarts (vermeldingen volgens artikel 103 van Verordening 2019/6) en als register van de verantwoordelijke van de dieren (vermeldingen volgens artikel 108 van Verordening 2019/6).
3. Register van de verantwoordelijke van voedselproducerende dieren
Het register van de verantwoordelijke moet volgens artikel 108 van Verordening 2019/6 zijn.
Het register van de verantwoordelijke moet ten minste de volgende elementen bevatten:
1. de datum waarop het geneesmiddel voor het eerst aan de dieren is toegediend;
2. de naam van het geneesmiddel;
3. de hoeveelheid van het toegediende geneesmiddel;
4. de naam of handelsnaam en de woonplaats of maatschappelijke zetel van de leverancier;
5. de aankoopbewijzen van de geneesmiddelen die zij gebruiken;
6. de identificatie van het behandelde dier of de behandelde groep dieren;
7. de naam en de contactgegevens van de dierenarts die het geneesmiddel heeft voorgeschreven, wanneer van toepassing;
8. de wachttijd, zelfs als die nul is;
9. de duur van de behandeling.
Het TVD is het bewijs van aankoop van de geneesmiddelen.
Het register wordt bijgehouden per diersoort en bestaat uit drie onderdelen: het inkomend register, het uitgaand register en, wanneer van toepassing, de uitslag van de onderzoeken van het laboratorium die het gebruik van de kritisch belangrijke antibiotica rechtvaardigen.
Het register kan elektronisch worden bijgehouden.
Het inkomend register wordt bijgehouden door de verantwoordelijke door het verzamelen en chronologisch rangschikken van de TVD's en de voorschriften uitgevoerd door de apotheker.
Als de toediening van het geneesmiddel door de verantwoordelijke plaatsvindt ten laatste op de dag die volgt op de dag van het verschaffen, dan geldt het TVD ook als uitgaand register.
Als de toediening later plaatsvindt, dan noteert de verantwoordelijke de datum van eerste toediening leesbaar op het TVD (papieren model) of in een apart uitgaand register.
Toegediende geneesmiddelen die worden verschaft in het kader van de bedrijfsbegeleiding en worden toegediend door de verantwoordelijke of onder diens verantwoordelijkheid, worden in het uitgaand register geregistreerd.
Voor elke toediening van geneesmiddelen die in het uitgaand register wordt geregistreerd, noteert de verantwoordelijke ook het bijbehorende TVD-nummer.
4. Wettelijke bepalingen
Europese Verordening betreffende diergeneesmiddelen (EU) 2019/6
Koninklijk besluit van 21 juli 2016. - Koninklijk besluit betreffende de voorwaarden voor het gebruik van geneesmiddelen door de dierenartsen en door de verantwoordelijken van de dieren
Ministerieel besluit van 27 augustus 2024.- Ministerieel besluit tot vastlegging van het model van toedienings- en verschaffingsdocument en het model van diergeneeskundig voorschrift