Vaccins bestaan uit verschillende bestanddelen, die elk een belangrijke rol spelen voor de werkzaamheid en de veiligheid van het vaccin. In de bijsluiters van de vaccins vindt u alle bestanddelen die in een vaccin zitten. Wanneer bepaalde stoffen aanwezig zijn in een concentratie die bij gevoelige of allergische personen een reactie kan uitlokken, wordt dit uitdrukkelijk vermeld (bijvoorbeeld een vaccin met sporen van kippenei-eiwit).
Daarnaast worden alle vaccins uitgebreid geëvalueerd op kwaliteit, werking en veiligheid door de regelgevende instanties voor ze op de markt komen. De uiteindelijke samenstelling van het vaccin ondergaat uitgebreide testen om de veiligheid te garanderen.
Hoofdbestanddeel of werkzame stof
Het hoofdbestanddeel of de werkzame stof is het belangrijkste onderdeel van een vaccin. Het hoofdbestanddeel van een vaccin zijn één of meerdere antigenen, waartegen het lichaam een immuunrespons zal opwekken. Het antigeen is afkomstig van de ziekteverwekker waarvoor het vaccin moet beschermen. Daarnaast kunnen er ook andere bestanddelen aan de vaccins worden toegevoegd om de werkzaamheid en stabiliteit te verzekeren. Deze bestanddelen zijn onschadelijk door de kleine concentraties waarin ze aanwezig zijn.
Adjuvantia of hulpstoffen
Adjuvantia verbeteren de immuunrespons op het vaccin door de reactie sterker, sneller en duurzamer te maken. Een voorbeeld van adjuvantia zijn aluminiumzouten. De hoeveelheid aluminium in vaccins is relatief laag, minstens tien keer lager dan de hoeveelheid aluminium die we dagelijks via onze omgeving en voeding opnemen. Het gebruik van deze kleine hoeveelheden aluminium is dan ook volkomen veilig, ook voor kinderen en baby’s. Naast aluminium, zijn er ook nieuwe adjuvantia en adjuvans combinaties ontwikkeld die zich richten op specifieke componenten van de immuunrespons.
Stabilisatoren
Stabilisatoren zijn belangrijk voor de houdbaarheid van het vaccin. Dat wil zeggen dat ze helpen het vaccin om de doeltreffendheid van het vaccin te behouden tijdens de opslag en distributie. Factoren die de stabiliteit kunnen beïnvloeden zijn veranderingen in de temperatuur en zuurtegraad (pH), waardoor het vaccin aan werking verliest. De toevoeging van kaliumfosfaat en natriumfosfaat zorgen voor de juiste pH-waarde, belangrijk voor de stabiliteit van het vaccin. Sorbitol, een natuurlijk voorkomende suiker, wordt ook vaak als stabilisator gebruikt. Polysorbaat wordt in zeer kleine hoeveelheden gebruikt om de vaccincomponenten oplosbaar te houden en bezinksel te vermijden, zodat de correcte vaccindosis wordt toegediend. Al deze bestanddelen zijn volkomen ongevaarlijk door de kleine concentraties waarin ze aanwezig zijn in vaccins.
Bewaarmiddelen
Multidosisvaccins, flacons met meer dan een dosis, bevatten soms een bewaarmiddel om de groei van bacteriën en schimmels tegen te gaan. Zo kan het vaccin na opening nog meerdere uren worden gebruikt. In het verleden werden hiervoor zeer kleine hoeveelheden kwikderivaten (thimerosal, thiomersal of timerfonaat) gebruikt. De aanwezigheid van bewaarmiddelen op basis van kwik heeft zorgen doen rijzen. Het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) heeft hier uitgebreid onderzoek naar gedaan en concludeerde dat er geen bewijs is dat de hoeveelheid thiomersal die in vaccins wordt gebruikt een gezondheidsrisico inhoudt. Bovendien wordt thiomersal afgebroken en uit het lichaam verwijderd, er is geen gevaar voor opstapeling van kwik of kwikderivaten in het lichaam.
Toch wordt uit voorzorg aanbevolen om, waar mogelijk, vaccins te gebruiken die geen kwikderivaten bevatten. Vandaag bevatten vaccins voor kinderen in België geen kwik meer. Thiomersal wordt nog zelden gebruikt in vaccins. Als er toch een antimicrobieel bewaarmiddel nodig is, worden nieuwe producten gebruikt zoals fenoxyethanol, en dit in kleine hoeveelheden die niet schadelijk zijn. Al deze stoffen worden systematisch gecontroleerd om ervoor te zorgen dat ze aanwezig zijn in concentraties waarvan is aangetoond dat ze veilig zijn en dat de toegelaten hoeveelheden niet worden overschreden.
Reststoffen
In sommige vaccins kunnen sporen aanwezig zijn van andere stoffen die in het productieproces worden gebruikt, zoals ovalbumine (een eiwit dat in eieren voorkomt) of neomycine (een antibioticum). Deze reststoffen worden zo goed als mogelijk verwijderd voordat het vaccin wordt verpakt en in de handel komt. De kleine hoeveelheden van de reststoffen die achterblijven, kunnen geen gezondheidsschade veroorzaken. Wanneer er stoffen worden gebruikt die een reactie kunnen veroorzaken bij gevoelige of allergische personen, wordt dit vermeld in de bijsluiter.
Een ander voorbeeld van een reststof is formaldehyde. Deze stof wordt gebruikt voor het inactiveren van bacteriën of virussen. De kleine hoeveelheid formaldehyde die in het vaccin zit, is niet schadelijk voor de gezondheid. De dagelijkse blootstelling en opname van formaldehyde via de omgeving, vooral via plastic, is veel hoger dan de eventuele resten in sommige vaccins.
Cellen
Vaccins kunnen soms cellen bevatten om antigenen aan te maken, bijvoorbeeld om het virus op te kweken. Deze cellen worden vernietigd en verwijderd tijdens de opzuivering en zijn niet meer aanwezig in het finale vaccin. In het eindproduct zijn ze dus niet meer aanwezig, behalve mogelijk in minimale hoeveelheden reststoffen zoals eiwitten. De aanwezige hoeveelheden zijn laag, uitvoerig getest en volledig veilig bevonden. Sommige vaccins worden in bacteriën gemaakt, bijvoorbeeld E. coli. De bacteriecellen worden vernietigd en verwijderd tijdens de opzuivering. Vaccins worden verplicht getest op steriliteit. Er kunnen dus onmogelijk resterende bacteriën aanwezig zijn in vaccins.
Opzuiveringsmiddelen
Tot slot kunnen vaccins ook restanten van opzuiveringsmiddelen bevattenzoals hexadecyltrimethyl-ammonium bromide. Deze stof helpt bij het schreiden van de gewenste antigenen van onzuiverheden uit het productieproces. Deze stoffen worden ook verwijderd tijdens de opzuivering en zijn alleen in zeer lage concentraties aanwezig die niet schadelijk zijn.