Levend vergezwakte vaccins
Deze vaccins bevatten het volledige pathogeen (ziekteverwekker) dat verzwakt is. Het voordeel van een levend vaccin is dat het de natuurlijke infectie nabootst met een sterke immuunrespons als gevolg maar zonder de ziekteverschijnselen. Vaccinatie met een levend vaccin geeft vaak een levenslange bescherming. Levend verzwakte vaccins zijn niet geschikt voor mensen met een verzwakt immuunsysteem, omdat ze in zeldzame gevallen toch ziekte kunnen veroorzaken. Deze vaccins worden ook afgeraden voor zwangere vrouwen.
Geïnactiveerde (dode) vaccins
Deze vaccins bevatten ook het volledige pathogeen (ziekteverwekker), maar in een geïnactiveerde (dode) vorm. Ze veroorzaken geen ziektesymptomen en zijn volledig veilig voor mensen met een verzwakt immuunsysteem. Omdat de immuunreactie doorgaans minder sterk is dan bij levend verzwakte vaccins, zijn herhalingsdosissen (boosters) nodig om langdurige bescherming te garanderen.
Sub-unitvaccins
In plaats van de volledige ziekteverwerker bevatten deze vaccins alleen specifieke delen ervan, zoals eiwitten (eiwitsubeenheden of virusachtige deeltjes), suikerderivaten (polysachariden) of toxines van de ziekteverwekker (bijvoorbeeld anatoxine van tetanus of difterie). Deze vaccins bevatten dus alleen de antigenen die nodig zijn om een beschermende immuunreactie op te wekken.
Het voordeel van deze type vaccins is dat ze niet-infectieus zijn en doorgaans weinig bijwerkingen veroorzaken. Omdat de immuunreactie lager is dan bij levend verzwakte vaccins, worden vaak adjuvantia of hulpstoffen toegevoegd. Meerdere dosissen zijn nodig voor een langdurige bescherming.
Virale vectorvaccins
Deze vaccins gebruiken een onschadelijk virus (de virale vector) om genetisch materiaal van een ander virus (van de ziekte waarvoor het vaccin beschermt) in het lichaam te brengen. De virale vector produceert in de cellen van de gevaccineerde persoon een eiwit van het virus waartegen de persoon zich wil beschermen. De virale vector leert het immuunsysteem het virus te herkennen en bereidt zich voor om het te bestrijden.
mRNA-vaccins
mRNA-vaccins bevatten de genetische code (mRNA) van het antigeen, waartegen een immuunreactie wordt opgewekt. Het mRNA is verpakt in vetbolletjes (lipiden) die het mogelijk maken om in de cellen binnen te dringen. Eenmaal in de cel wordt het mRNA gebruikt om het virale eiwit aan te maken, dat vervolgens een immuunreactie uitlokt. Afweercellen in het lichaam herkennen deze eiwitten als lichaamsvreemd, waardoor antistoffen worden aangemaakt. Het mRNA bereikt nooit de celkern en kan dus het eigen DNA niet beïnvloeden. Een voordeel van mRNA-vaccins is dat ze snel kunnen worden ontwikkeld en geproduceerd. De immuniteit lijkt wel van kortere duur te zijn dan bij de 'klassieke' vaccins.