Bevraging over geneesmiddelen tegen slaapstoornissen legt de noodzaak voor een betere medische opvolging bloot

Datum: 12/02/2021

Tussen februari en mei 2020 hebben meer dan achthonderd patiënten deelgenomen aan een online bevraging over het gebruik van benzodiazepines en aanverwante geneesmiddelen bij slaapstoornissen. De meeste patiënten melden een te lang gebruik en meer dan één op de drie patiënten vertonen tekenen van psychologische afhankelijkheid van de behandeling.

Slaapstoornissen, in het bijzonder slapeloosheid, komen binnen de bevolking heel veel voor. Tegen chronische slapeloosheid bij volwassenen worden niet-farmacologische alternatieven (geen geneesmiddelen) aanbevolen als eerstelijnsbehandeling. Maar veel patiënten verkiezen slaapmiddelen als behandeling omdat ze snel resultaat geven.

Benzodiazepines en aanverwante geneesmiddelen zijn de meest gebruikte middelen tegen slapeloosheid. Ze worden als doeltreffend beschouwd wanneer ze op een rationele manier, in een zo klein mogelijke dosis en voor een beperkte tijd (minder dan een maand) worden gebruikt. Maar zelfs wanneer ze op de correcte manier worden gebruikt, houden deze geneesmiddelen risico's in en kunnen er bepaalde bijwerkingen optreden. Het gaat bijvoorbeeld om cognitieve stoornissen, risico op vallen, slaperigheid overdag, gewenning of zelfs afhankelijkheid.

Tussen februari en mei 2020 deed het FAGG een bevraging bij patiënten om gegevens te verzamelen over het gebruik van deze slaapmiddelen, om het verkeerd gebruik in kaart te brengen en om het niveau van afhankelijkheid na te gaan.

Deze bevraging heeft een aantal verontrustende zaken aan het licht gebracht.

  • De meeste patiënten gebruiken slaapmiddelen langer dan een jaar
    92 % van de patiënten zijn langdurige gebruikers (1 maand of langer) en 84 % zijn zeer langdurige gebruikers (6 maanden of langer).
    Bij oudere patiënten (65 jaar en ouder) gebruikt 84 % al langer dan een jaar een slaapmiddel, tegenover 72 % in de jongere leeftijdscategorieën.
    80 % van de patiënten geeft een dagelijks of regelmatig (minstens éénmaal per week) gebruik aan over een lange periode, en 73 % een dagelijks of regelmatig gebruik over een zeer lange periode.
    De meeste patiënten gebruiken hun slaapmiddel dus verkeerd.
  • Tekenen van psychologische afhankelijkheid bij meer dan een derde van de patiënten
    Op basis van de schaal die de ernst van afhankelijkheid meet (Severity of Dependence Scale, SDS)1 vertoont 38 % van de patiënten tekenen van psychologische afhankelijkheid van hun behandeling. Het gaat om 43 % bij mannen tegenover 36 % bij vrouwen. Er zijn geen significante verschillen tussen de leeftijdsgroepen.
    75 % van de patiënten wilde overigens dat hij/zij met de behandeling kon stoppen, 67 % heeft al geprobeerd te stoppen en 46 % zou het zeer moeilijk of zelfs onmogelijk vinden om te stoppen.
    Daartegenover staat dat 40 % van de patiënten zich nog nooit zorgen heeft gemaakt over hun slaapmiddelengebruik.
  • De meeste patiënten hebben alternatieve methoden geprobeerd
    Meer dan 60 % van de patiënten heeft de volgende alternatieve methoden geprobeerd: slaaphygiëne, geneesmiddelen op basis van planten, homeopathie of voedingssupplementen.
    Therapie of troost zoeken bij familie of vrienden werd door bijna 20 % van de patiënten genoemd.
  • Zolpidem als meest gebruikte slaapmiddel
    Bijna de helft van de patiënten (48 %) gebruikt zolpidem als slaapmiddel. Lormetazepam (23 %) en lorazepam (12 %) waren de enige andere producten die door meer dan 10 % van de patiënten werden genoemd.
  • Zorgwekkende dagelijkse dosis voor een aantal patiënten
    Terwijl slechts een minderheid van de patiënten (16 %) meer dan de aanbevolen dosis neemt, geeft 5 % aan meer dan het dubbele van de aanbevolen dosis te nemen. Bovendien meldden twee gebruikers van zolpidem en één gebruiker van zopiclon een dagelijkse dosis die meer dan tien keer de aanbevolen dosis bedraagt.
    In de jongere leeftijdsgroepen (< 65 jaar) is het percentage dat een hogere dosis neemt dan aanbevolen hoger : 17 % versus 12 % bij de patiënten van 65 jaar of ouder. Mannen geven vaker aan de aanbevolen dosis te overschrijden dan vrouwen: 23 % tegenover 12 %.

Conclusies
Hoewel de resultaten van deze bevraging niet mogen worden geëxtrapoleerd naar de hele bevolking die deze middelen gebruikt, geven ze wel enkele duidelijke aandachtspunten aan. De bevraging toont dat de aanbevelingen over de behandelingsduur niet worden gevolgd door patiënten, maar ook niet door gezondheidszorgbeoefenaars die ze voor langere periodes blijven voorschrijven. Chronisch gebruik is afgeraden omwille van het verhoogde risico van tolerantie, afhankelijkheid en misbruik.

Bovendien komen de resultaten overeen met wat in andere landen wordt vastgesteld, namelijk de tendens om "z-drugs" (in het bijzonder zolpidem) voor te schrijven in plaats van benzodiazepines. Verschillende studies2 hebben aangetoond dat veel gezondheidszorgbeoefenaars "z-drugs" nog altijd als doeltreffender en veiliger beschouwen dan benzodiazepines. Maar er is tot op vandaag geen overtuigend bewijs dat deze producten minder bijwerkingen of minder afhankelijkheid veroorzaken.

Het FAGG herinnert eraan dat benzodiazepines en "z-drugs" onder meer kunnen leiden tot stoornissen van het zenuwstelsel (slaperigheid, anterograde amnesie ...), psychiatrische stoornissen (abnormaal gedrag, hallucinaties, slaapwandelen ...) en dat ze bij ouderen het risico op vallen kunnen vergroten.

Hoe verkeerd gebruik en afhankelijkheid voorkomen?
Het FAGG moedigt gezondheidszorgbeoefenaars aan deze risico's met hun patiënten te bespreken vóór ze een dergelijk slaapmiddel voorschrijven. Het FAGG adviseert na een week gebruik een raadpleging in te plannen om met de patiënt de doeltreffendheid van de behandeling en de eventuele bijwerkingen te bespreken.

Door kleinere verpakkingen benzodiazepines of aanverwante middelen (minder dan dertig tabletten) voor te schrijven, moedigen gezondheidszorgbeoefenaars patiënten ook aan opnieuw op raadpleging te komen als ze de behoefte voelen om hun behandeling verder te zetten.

Het FAGG herinnert eraan dat in 2018 een online hulpmiddelenboek werd ontwikkeld in het kader van de campagne "Slaap- en kalmeermiddelen, denk eerst aan andere oplossingen", gecoördineerd door de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. Het hulpmiddelenboek is bedoeld om artsen en apothekers te helpen bij de begeleiding van patiënten die klagen over slaapstoornissen.

Gezondheidszorgbeoefenaars kunnen ook terugvallen op de evidence based richtlijn "Aanpak van slaapklachten en insomnie bij volwassenen in de eerste lijn" en op de transparantiefiche over de aanpak van slapeloosheid.

De afbouw van het voorschrijven van slaapmiddelen zou moeten worden overwogen voor alle chronische gebruikers, in het bijzonder als ze 65 jaar en ouder zijn. Uit de bevraging bleek dat de meeste patiënten voorstander zijn om de behandeling te stoppen. In het hulpmiddelenboek worden instrumenten aangereikt voor de begeleiding van de patiënt bij het afbouwen.

Tot slot wil het FAGG er ook aan herinneren dat de regelgeving inzake geneesmiddelenbewaking aanmoedigt om gevallen van misbruik en afhankelijkheid van geneesmiddelen te melden. De definitie van het begrip bijwerking is uitgebreid en omvat ook schadelijke en ongewilde reacties als gevolg van het gebruik van een geneesmiddel buiten de voorwaarden van de vergunning voor het in de handel brengen, bijvoorbeeld als gevolg van misbruik.

Meer over de bevraging van het FAGG
Het FAGG voerde de bevraging uit van februari tot mei 2020. Het hoofddoel van deze bevraging was gegevens verzamelen over het gebruik van benzodiazepines en aanverwante middelen tegen slaapstoornissen door niet-geïnstitutionaliseerde patiënten. Het FAGG wilde ook het verkeerd gebruik van deze middelen evalueren en het niveau van afhankelijkheid nagaan. Niet-geïnstitutionaliseerde patiënten van achttien jaar of ouder die minstens één van de betrokken geneesmiddelen gebruiken, werden door hun apotheker of via verschillende communicatiekanalen uitgenodigd om deel te nemen aan de bevraging. Dit gebeurde op vrijwillige en anonieme basis.

In totaal hebben 808 patiënten deelgenomen aan de bevraging. De primaire analyse is gebaseerd op 466 volledige antwoorden. De gemiddelde leeftijd van de patiënten is 55 jaar en 63 % van hen zijn vrouwen. Slechts 8 patiënten van de jongste leeftijdsgroep (18-24 jaar) namen deel aan de bevraging.

Het FAGG bedankt de patiënten die aan de bevraging hebben deelgenomen, en ook de apothekers en de verschillende partners die hebben meegewerkt.

 

1 De Las Cuevas, C., Sanz, E. J., De La Fuente, J. A., Padilla, J. & Berenguer, J. C. The Severity of Dependence Scale (SDS) as screening test for benzodiazepine dependence: SDS validation study. Addiction 95, 245–250 (2003).


2 Heinemann, S., Brockmöller, J., Hagmayer, Y. et al. Why Z-drugs are used even if doctors and nurses feel unable to judge their benefits and risks—a hospital survey. Eur J Clin Pharmacol 76, (2020): 285–290 https://doi.org/10.1007/s00228-019-02783-1
Hoffmann F., Perceptions of German GPs on benefits and risks of benzodiazepines and Z-drugs. Swiss Med Weekly 143 (2013):w13745. https://doi.org/10.4414/smw.2013.13745
Siriwardena A.N., Qureshi Z., Gibson S., Collier S., Latham M., GPs' attitudes to benzodiazepine and 'Z-drug' prescribing: a barrier to implementation of evidence and guidance on hypnotics. Br J Gen Pract.56, 533 (2006):964-967.

Laatste update op 12/02/2021