Brexit: toepassing van de Europese precursorenwetgeving

Het vertrek van het Verenigd Koninkrijk (VK) uit de Europese Unie (EU) zal ook gevolgen hebben voor het toezicht op de handel in drugprecursoren. Verschillende scenario’s zijn mogelijk.

Brexit met akkoord
Bij een vertrek van het VK met akkoord zal er een transitieperiode van toepassing zijn en zal de Europese Commissie instaan voor de communicatie over de toepassingsmodaliteiten van de vigerende Europese wetgeving voor handel in drugprecursoren van en naar het VK.

Brexit zonder akkoord
Bij een vertrek van het VK zonder akkoord is het VK niet langer gebonden aan de Verordening (EG) Nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 inzake drugprecursoren niet langer van toepassing op de handel van deze stoffen van en naar het VK. Na de brexit zal het VK een ‘derde land’ zijn. Vanaf dan gelden dan de bepalingen uit Verordening (EG) Nr. 111/2005 van de Raad van 22 december 2004, houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Gemeenschap en derde landen in drugprecursoren.

Marktdeelnemers die handelen in precursoren met het VK moeten zich voorbereiden op de brexit en volgende aandachtspunten in acht nemen.

  • Een uitbreiding aanvragen van de bestaande activiteitenvergunning/registratie met de activiteit in- en/of uitvoer.
  • Invoervergunning aan te vragen bij invoer van categorie 1 stoffen uit het VK.
  • Uitvoervergunning aan te vragen bij uitvoer van categorie 1, 2, en 4 stoffen naar het VK.

Handelspartners in het VK moeten op hun beurt alle maatregelen nemen conform de Britse wetgeving.

Meer informatie

Contact
cel Precursoren van het FAGG: drugprecursor@fagg.be.

Laatste update op
29/04/2019