De afgelopen jaren heeft België de inspanningen in de strijd tegen antimicrobiële resistentie voortgezet. De resultaten voor 2025 bevestigen de positieve trend, met een verdere daling van de verkoop en het gebruik van antibiotica voor dieren, net als belangrijke vooruitgang in verschillende sectoren. Toch blijven er aandachtspunten, vooral voor het gebruik van bepaalde kritieke klassen en de kwaliteit van de gegevens in sommige sectoren.
Antimicrobiële resistentie blijft een bedreiging voor de diergezondheid, de volksgezondheid en het milieu. In deze context beschrijft het 17e BelVet‑SAC‑rapport de resultaten van de verkoop en het gebruik van antibacteriële diergeneesmiddelen bij dieren in België in 2025, en schetst het de evolutie van deze gegevens doorheen de tijd. De verkoopdata werden verzameld op het niveau van de houders van een vergunning voor het in de handel brengen en van de mengvoederfabrikanten (antibacteriële premixen). De gebruiksdata zijn afkomstig van de registraties in SANITEL‑MED. De analyse omvat ook ‘andere gehouden of gefokte dieren’, op basis van geharmoniseerde gegevens met de FEDIAF.
In 2025, een overgangsjaar tussen de doelstellingen van 2024 en de toekomstige doelstellingen voor 2030, bereikte de verkoop van antibacteriële middelen een recordlaagte van 51,4 mg/kg biomassa. Dat is een daling van bijna 13 % ten opzichte van 2024 en een totale vermindering van 64,9 % sinds 2011. Het bevestigt de dalende langetermijntrend en vormt een belangrijke stap richting de doelstelling van -70 % tegen 2030.
Zowel de verkoop van antibacteriële farmaceutica als die van antibacteriële premixen daalde in 2025. De verkoop van antibacteriële premixen nam met 22,6 % af, wat de totale reductie sinds 2011 op 91,5 % brengt. Hoewel het stopzetten van de productie tegen eind 2026 nog bijkomende inspanningen vergt, lijkt dit doel binnen bereik.
De resultaten voor quinolones waren minder positief. Met een daling van -74,6 % ten opzichte van 2011 werd de reductiedoelstelling van -75 % opnieuw net niet gehaald. Het aanhoudende gebruik van flumequine bij braadkippen vormt hiervoor een belangrijke verklaring. Daarnaast verdient het gebruik van krachtigere quinolones bij vleesvee (jonge kalveren) de nodige aandacht.
De verkoop van colistine bleef in 2025 ruim onder de grenswaarde van 1 mg/kg biomassa, met een waarde van 0,63 mg/kg (-8,9 % ten opzichte van 2024). Het maximaal percentage van 1 % alarmgebruikers werd in de meeste categorieën (vrijwel) gehaald, behalve bij de vleeskalveren.
De resultaten per sector tonen over het algemeen een positieve evolutie. Bij varkens daalde het gebruik verder aanzienlijk (-16 % in 2025 ten opzichte van 2024) en bevindt een meerderheid van de bedrijven zich in het groene benchmarkgebied. De sector levert duidelijke inspanningen en boekt belangrijke vooruitgang.
In de pluimveesector bleef het gebruik globaal stabiel, met een lichte stijging van 0,4 %. De meerderheid van de bedrijven behaalt wel een groene benchmarkkleurscore. De belangrijkste uitdagingen zijn van kwalitatieve aard: het structureel terugdringen van het gebruik van quinolones bij braadkippen en van colistine bij leghennen.
Bij vleeskalveren werd opnieuw een bescheiden reductie van het gebruik gerealiseerd. Hoewel vooruitgang zichtbaar is, blijft deze sector gekenmerkt door een structureel hoog gebruik van antibacteriële middelen.
Voor melk- en vleesvee wijzen de resultaten op een laag gebruik van antibacteriële diergeneesmiddelen, maar deze worden overschaduwd door onzekerheid over de nauwkeurigheid en volledigheid van de gegevens. Dat benadrukt de noodzaak om de kwaliteit van de dataverzameling te verbeteren.
Ook het gebruik bij gezelschapsdieren krijgt aandacht in het licht van toekomstige Europese verplichtingen over dataverzameling. Recente analyses tonen schommelingen, wat het belang van betrouwbare gegevens onderstreept.
De kwalitatieve analyse toont aan dat aminopenicillines, tetracyclines, combinaties van trimethoprim‑sulfamide en macroliden de meest gebruikte klassen blijven. De meeste klassen vertonen een daling in verkoop, met uitzondering van quinolones en pleuromutilinen.
Het monitoren van de verkoop en het gebruik van antibacteriële diergeneesmiddelen blijft een essentiële pijler van de nationale strategie tegen antimicrobiële resistentie. De resultaten van 2025 tonen aan dat gezamenlijke inspanningen resultaten opleveren, ook in een overgangsperiode.
Toch blijven belangrijke uitdagingen bestaan: het verminderen van het gebruik van bepaalde kritische klassen, het verbeteren van de datakwaliteit en het voortzetten van de inspanningen in de meest blootgestelde sectoren. Samenwerking tussen alle stakeholders blijft essentieel om duurzame reducties te realiseren.
Tot slot blijft dierenwelzijn een prioriteit. Een blijvende focus op ziektepreventie en goede veehouderijpraktijken is essentieel om het gebruik van antibacteriële diergeneesmiddelen te beperken en een verantwoord gebruik te waarborgen.
Meer informatie
Samenvatting van het BelVet‑SAC‑rapport 2025
Persbericht
BelVet-SAC report 2025
BelVet-Sac rapporten