Valproaat: kennis van de risico's bij het gebruik tijdens de zwangerschap - Resultaten van de bevraging 2018 van het FAGG

In het kader van de farmacovigilantieactiviteiten deed het FAGG een bevraging bij valproaat gebruiksters om hun kennis na te gaan over de risico’s  bij gebruik tijdens de zwangerschap. Het doel is om de nieuwe preventiemaatregelen te evalueren die geïmplementeerd werden in 2018 in België na de aanbevelingen van het EMA (European Medicines Agency - Europees Geneesmiddelenbureau).

Valproaat is een geneesmiddel dat wordt gebruikt voor de behandeling van epilepsie en bipolaire stoornissen. Het wordt ook voorgeschreven om migraine te voorkomen, hoewel dit in België geen goedgekeurde indicatie is.

Bij gebruik tijdens de zwangerschap verhoogt valproaat aanzienlijk het risico op misvormingen en ontwikkelingsstoornissen bij het ongeboren kind. Het gebruik van valproaat tijdens de zwangerschap moet dus worden vermeden, tenzij er geen geschikte alternatieve behandeling is.

In België wordt valproaat verkocht onder de namen CONVULEX, DEPAKINE, VALPROATE EG, VALPROATE MYLAN en VALPROATE SANDOZ.

Resultaten van de bevraging 2018

De bevraging werd eind 2018 uitgevoerd, kort na de implementatie van de nieuwe preventiemaatregelen

Drieduizend vijfhonderd willekeurige patiëntes tussen 18 en 49 jaar die in 2017 valproaat gebruikten, werden uitgenodigd om aan de bevraging deel te nemen. Het FAGG analyseerde 693 antwoorden.

Bevinding 1: gebruik van valproaat voor een aandoening die niet overeenstemt met de in België goedgekeurde indicaties van het geneesmiddel.

Hoewel epilepsie de belangrijkste reden was voor de behandeling met valproaat, werd migraine door een derde van de respondenten genoemd. Voor alle respondenten stemde slechts 61 % van de gebruiksredenen overeen met een in België goedgekeurde indicatie (epilepsie of bipolaire stoornissen). Dit aandeel varieerde niet significant per leeftijdsgroep.

Bevinding 2: 27 % van de respondenten is niet op de hoogte van de teratogene risico's en ontwikkelingsrisico's voor het ongeboren kind.

Jongere vrouwen waren duidelijk beter geïnformeerd dan oudere vrouwen. De aandoening waarvoor valproaat werd genomen, had weinig invloed op het aandeel geïnformeerde vrouwen: 77 % bij epilepsiepatiëntes, 69 % bij bipolaire patiëntes en 73 % bij migrainepatiëntes.

 

Bevinding 3: artsen (huisartsen en specialisten) en apothekers zijn de belangrijkste informatiebron.

Driekwart van de respondenten die op de hoogte waren van de risico's van valproaat voor het ongeboren kind, noemde minstens één gezondheidszorgbeoefenaar, namelijk arts of apotheker, als informatiebron. Neurologen (47 %) en huisartsen (33 %) zijn de meest geciteerde gezondheidszorgbeoefenaars , terwijl apothekers door 16 % van de respondenten werden genoemd. 11,5 % van de respondenten was echter enkel via de media op de hoogte. Dit aandeel ligt beduidend hoger bij vrouwen tussen 40 en 49 jaar (15 %) en hoger bij Franstalige respondenten (26 %) dan bij Nederlandstalige respondenten (3 %).

Bij het voorschrijven en de aflevering van geneesmiddelen op basis van valproaat zijn verschillende vormen van voorlichtingsmateriaal beschikbaar voor patiëntes en gezondheidszorgbeoefenaars. Van de vrouwen die op de hoogte waren van het teratogene risico van valproaat, had 8,4 % de informatiefolder voor de patiënt ontvangen, en had slechts 4,7 % het jaarlijks ontvangstbewijs van risico-informatie ondertekend. Deze documenten, die kunnen worden gedownload op de website van het FAGG, werden in november 2018 bijgewerkt, maar zijn al beschikbaar sinds 2015.

Van de 693 respondenten gaf 33 % van de patiëntes aan over anticonceptie te hebben gesproken met hun arts of apotheker, en gaf 38 % aan de risico's voor het ongeboren kind te hebben besproken. Het risico verbonden aan een abrupte stopzetting van de valproaatbehandeling werd met 80 % van de patiëntes besproken.

Conclusies

Uit deze eerste bevraging blijkt dat sommige vrouwen in de vruchtbare leeftijd die valproaat gebruiken, zich niet bewust zijn van de risico's van hun behandeling tijdens een zwangerschap. Een aanzienlijk deel van deze vrouwen gebruikte valproaat voor een aandoening die niet overeenkwam met de in België goedgekeurde indicaties van het geneesmiddel, voornamelijk voor migraine, waarvoor veiligere alternatieven beschikbaar zijn.

Tot slot wordt het voorziene voorlichtingsmateriaal onvoldoende verspreid en gebruikt. In het najaar van 2019 zal een rapport met de gedetailleerde resultaten van deze bevraging beschikbaar zijn.

Genomen en te nemen maatregelen

Om blootstelling van het ongeboren kind aan valproaat zoveel mogelijk te vermijden, publiceerde het EMA in mei 2018 nieuwe aanbevelingen, waaronder een verbod op het gebruik van valproaat voor het behandelen van migraine en bipolaire stoornissen tijdens de zwangerschap. Dit verbod geldt ook voor de behandeling van epilepsie, tenzij er geen doeltreffend therapeutisch alternatief voorhanden is.

Valproaat mag bovendien niet worden gebruikt door vrouwen en meisjes in de vruchtbare leeftijd, tenzij zij een strikt zwangerschapspreventieprogramma volgen. Deze nieuwe maatregelen worden in detail beschreven op de website van het EMA en in de bijsluiters en samenvattingen van kenmerken van het product (SKP’s), en ook in ander voorlichtingsmateriaal bestemd voor gezondheidszorgbeoefenaars en patiëntes. Sinds april 2018 staat op de verpakking van geneesmiddelen met valproaat ook een pictogram dat wijst op het teratogene risico van het product. Dit moet helpen waarschuwen voor de risico's verbonden aan het gebruik tijdens de zwangerschap.

Het FAGG voorziet nog andere maatregelen om de blootstelling van het ongeboren kind aan valproaat te beperken en de gebruiksters bewust te maken van de risico's van het geneesmiddel tijdens de zwangerschap. Om de evolutie van de kennis te meten, zal in 2022 een nieuwe bevraging worden afgenomen.

Het FAGG bedankt alle patiëntes die de bevraging hebben ingevuld en de ziekenfondsen, het RIZIV en de verschillende partners die hebben meegewerkt aan de uitvoering ervan.

Laatste update op
25/06/2019