Westnijlvirus (WNV)

Westnijlkoorts wordt veroorzaakt door het westnijlvirus (WNV), waarvan er acht soorten of ‘lijnen’ bestaan. Twee ervan kunnen ziekte veroorzaken bij de mens (lijnen 1 en 2). Het virus komt voornamelijk voor bij trekvogels (reservoir) en kan op de mens worden overgedragen door bepaalde soorten muggen (vectoren) van het geslacht 'Culex', waartoe ook de huissteekmug behoort. Naast de mens kunnen ook zoogdieren zoals paarden worden besmet door de mug. In Europa werd het virus aanvankelijk geïntroduceerd door trekvogels uit Afrika en is het momenteel endemisch in verschillende regio’s van Zuid- en Midden-Europa. In België zijn tot nu toe alleen geïmporteerde gevallen vastgesteld bij reizigers uit regio's waar het virus circuleert.

Symptomatologie

De incubatieperiode duurt twee tot veertien dagen. Ongeveer 80 % van de WNV-infecties bij mensen verloopt asymptomatisch, terwijl de infectie in 20 % van de gevallen ziekte veroorzaakt. Die wordt gekenmerkt door hoofdpijn, spierpijn, koorts, huiduitslag en gezwollen lymfeklieren. De meeste mensen herstellen volledig, maar vermoeidheid kan soms enkele weken of maanden duren. In zeldzame gevallen (1 % van de infecties) ontwikkelen besmette personen een ernstige ziekte zoals encefalitis (ontsteking van de hersenen) of meningitis (ontsteking van het hersenvlies). De ernstige vorm komt vaker voor bij oudere mensen en kan dodelijk zijn. Naast een gevorderde leeftijd zijn andere risicofactoren onder andere: hoge bloeddruk, diabetes, nierziekten, enz.

Diagnose

Als een infectie wordt vermoed, kan de diagnose worden gesteld met een bloedafname of een lumbaalpunctie. Afhankelijk van het stadium van de ziekte kunnen verschillende testen worden gebruikt, zoals een PCR-test en serologie.

Vaccinatie, behandeling en preventie

Er is geen vaccin of specifieke behandeling tegen het virus bij mensen, alleen een ondersteunende behandeling. Ernstige gevallen vereisen ziekenhuisopname. Preventie bestaat uit het vermijden van muggenbeten.

Overdracht en informatie over donatie

De transmissiecyclus van dit virus vindt alleen plaats tussen vogels en muggen. Mensen en paarden zijn zogenaamde ‘accidentele’ gastheren (aangezien de transmissiecyclus alleen plaatsvindt tussen vogels en muggen) maar ook zogenaamde ‘epidemiologisch doodlopende’ gastheren voor het virus (ze kunnen besmet zijn, maar dragen niet verder bij tot de overdracht van de ziekte omdat het virus zich bij hen niet ontwikkelt). 

Overdracht tijdens de zwangerschap, bevalling of borstvoeding is wereldwijd al waargenomen. Uitzonderlijk is overdracht van mens op mens mogelijk via stoffen van menselijke oorsprong (SoHO): transfusie van bloed en bloedcomponenten of transplantatie van weefsels, cellen of organen van een besmette en viremische donor. Er is momenteel geen bewijs voor overdracht via gameten.

Aanbevelingen

Disclaimer: bij epidemieën verstrekt het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) een ‘Rapid Risk Assessment’ aan de bevoegde autoriteiten en gezondheidszorgbeoefenaars om hen te helpen bij hun besluitvorming, ongeacht de geografische locatie.

Het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (European Centre for Disease Prevention and Control, ECDC) doet verschillende aanbevelingen.

Om door transfusie overgedragen WNV-infecties te voorkomen, moeten de Europese Unie (EU)/Europese Economische Ruimte (EER)-landen een wachtperiode invoeren van 28 dagen voor bloeddonoren of een nucleïnezuurtest voor individuele donoren (ID-NAT) uitvoeren voor potentiële donoren van bloed en bloedproducten die een getroffen gebied hebben bezocht of daar wonen. In de getroffen gebieden moeten de bloedinstellingen de aanbevelingen opvolgen van het EU-paraatheidsplan voor veilige bloedtransfusies. Orgaan-, weefsel- en celdonoren die wonen in of terugkeren uit een getroffen gebied, moeten getest worden op WNV-infectie. Volgens het paraatheidsplan voor veilige bloedtransfusies voor WNV in de EU moeten de bloedinstellingen in getroffen gebieden:

  • tijdelijk de bloedinzameling onderbreken of een NAT-screening invoeren voor bloeddonaties uit door WNV getroffen gebieden;
  • positieve bloedcomponenten die zijn opgeslagen op het moment van de maatregelen, in quarantaine plaatsen, opnieuw testen en elimineren, en bloedcomponenten afkomstig uit volbloed dat 120 dagen voor de afnamedatum van de ID-NAT positieve donatie is afgestaan, recupereren en in quarantaine plaatsen;
  • de informatie voor donoren na de donatie verbeteren, in het bijzonder met betrekking tot koorts, griepachtige ziekte of andere acute symptomen binnen vijftien dagen na de donatie;
  • de hemovigilantie na de transfusie versterken en een retrospectieve analyse uitvoeren in elk geval van door transfusie overgedragen WNV-infectie die 120 dagen voor de donatie van de betrokken bloedcomponenten teruggaat; en overwegen om procedures voor pathogeeninactivatie te gebruiken.

FAGG – weefsels en cellen

Het FAGG raadt aan waakzaam te zijn en, om het risico te beperken en in overeenstemming met de relevante wetgeving, te investeren:

  • in de kwaliteit van de donorselectie (in het bijzonder met een gedetailleerde anamnese: reizen naar risicogebieden, enz.);
  • in de kwaliteit van het medisch onderzoek (met of zonder aanvullende testen) voorafgaand aan de donatie.Het we

Het systematisch verzamelen van epidemiologische informatie over infecties bij SoHO-donoren door gezondheidszorgbeoefenaars zal een betere beoordeling van het risico op overdracht en de impact van preventieve maatregelen op de beschikbaarheid van SoHO mogelijk maken. Het screenen/testen van donoren is een medische beslissing op basis van de voorgeschiedenis van de donor en de kenmerken van de gedoneerde SoHO.

FAGG – bloed

Het westnijlvirus (WNV) kan overgedragen worden via bloedproducten met mogelijks ernstige gevolgen voor de ontvanger. Conform de wet van 5 juli 1994 vraagt het FAGG de bloedinstellingen om vanaf 5 juni tot 30 november 2026, alle kandidaat-donors die in regio’s verbleven waar autochtone, humane, bevestigde gevallen van besmetting werden vastgesteld, tot 28 dagen na het verlaten van het WNV-risicogebied uit te stellen voor het geven van volbloed of bloedcomponenten, tenzij een individuele nucleïnezuuramplificatietest (ID-NAT) negatief wordt bevonden. Deze geldt niet voor plasma, bestemd voor fractionering.

De risicogebieden met autochtone, humane, bevestigde gevallen zullen wekelijks beschikbaar zijn op de website van het ECDC. Bij vragen of bijkomende toelichting kan u steeds contact opnemen via hemovigil@fagg.be.

Informatienota’s Bloed

Informatienota WNV 2026

Informatienota’s Weefsels en cellen

/

Bijkomende informatie

Laatste update op